Krakepoot

Ontmoeting met ‘Krakepoot’

 

 

Via via kwam ik in contact met Wies, of zoals ze eigenlijk heet, Louise Koppijn. Wies heeft na een lang leven haar ervaringen weten te bundelen in een paar boekjes. Na een paar ontmoetingen werd het eens tijd voor een persoonlijk interview. En eerlijk gezegd moest ik wel even slikken nadat ik alles had gehoord. Hier onder het verhaal.

Eerste ontmoeting

 

Ik kwam in contact met haar bij de lokale omroep (Midvliet) tijdens een gesprek met een oud collega. Zij is daar actief als telefoondame die de luisteraars te woord staat. Na een gesprekje hoorde ik van de dingen die zij had meegemaakt.

 

Haar verhaal

 

Zij vertelde me het verhaal hoe zij in 1939 in het toenmalig Nederlands-Indië geboren werd, als dochter van een Nederlandse KNIL-militair en zijn Indische vrouw.

Haar vader geeft haar de bijnaam 'Krakepoot', die zij haar hele leven bij zich zal dragen. Haar jeugd in Indonesië wordt bepaald door de opsluiting in een jappenkamp, de 'Bersiap-tijd', twee Nederlandse politionele acties om dan uiteindelijk naar Nederland te worden gerepatrieerd.

 

 

Weer naar Nederland

 

Nadat zij allemaal uit de kampen kwamen sloeg het noodlot weer toe. Omdat haar vader ziek was moesten zij weer terug naar Nederland en kwamen zijn tijdelijke terecht bij haar opa en oma. In een klein appartementje moeten ze dus met z'n zeven weer een nieuw leven opbouwen. Iets wat tegenwoordig niet meer is voor te stellen maar zeven mensen in zo een klein huisje dat ging toen ook al echt niet meer.

 

 

Van Kamp naar kamp

 

Hoe het precies gebeurde heb ik niet helemaal begrepen maar, uiteindelijk werden zij naar een kamp gestuurd. Iets wat later toch ook een hele impact zou hebben op Wies en haar ouders. Zij werden gehuisvest in het voormalig concentratiekamp Westerbork, dit kamp heeft toen een nieuwe naam gekregen ‘De Schattenberg’. Nagenoeg niemand weet dat het kamp onder de naam ‘De Schattenberg’ een opvangkamp is geweest voor gerepatrieerden uit het voormalig Nederlands-Indië. De Indische Nederlanders zijn een vergeten groep in de Nederlandse geschiedenis en hun verblijf in kamp Westerbork een vergeten periode.

 

Kinderlijke onschuld

 

Wies heeft in het kamp een paar dingen meegemaakt die in haar boekje en de reportage zijn verwerkt. Het bijzondere hiervan is dat als kind zij dit niet echt heeft ervaren maar zoals ze het zelf verteld ergens heeft opgeslagen in haar geheugen. Misschien maar goed dat ze als kind niet heeft begrepen wat ze eigenlijk heeft meegemaakt. Vele jaren later tijdens een gesprek met een instantie werd haar verteld dat je dat toch niet bewust heeft meegemaakt. Daarop zij ze duidelijk dat ze dat wel heeft geïncasseerd en nu velen jaren later pas een plekje heeft kunnen geven.

 

Prille liefde

 

Naast al de ellende heeft ze ook wel wat mooie dingen meegemaakt. Wies heeft op gebied van de liefde ook een paar bijzondere ontmoetingen gehad. Twee van de mannen in haar leven leerde ze al kennen toen ze 14 was. Met de eerste had ze al vroeg contact. Met Theo was een hechte band en toen haar vader aan hem vroeg wat hij later wilde worden, vertelde hij straaljagerpiloot. Vader moest er hard om lachen en zij dat je dat niet zomaar zou kunnen worden.

 

Theo van Markwijk

 

Einde jaren vijftig trouwt zij dan toch met Theo en komt in Friesland in Hardegarijp te wonen. Ze zijn hier gaan wonen omdat dit zo hoort. Theo was een van de drie piloten die door een moeilijke opleiding was gekomen. En hij heeft uiteindelijk zijn vleugels gekregen iets waar de vader van Wies best wel trots op was. Hierna kon kraai zoals haar vader hem toen noemde niet meer stuk. De toekomst zag er rooskleurig uit, maar helaas had het lot andere plannen.

 

Hoe nu verder

 

Net zwanger van hun eerste kind komt haar man om bij een vliegtuigongeval met een Hawker Hunter straaljager. Zij is dan amper twintig en moet dan toch nog wat van haar leven gaan maken. Dus dan maar weer terug naar haar ouders.

 

Tijdcapsule

 

Tijdens het gesprek vertelt ze me dit allemaal met nog net niet een snik in de achtergrond. Ook heeft zij nog bijzonder dingen bewaard. Een grote tas met daarin al zijn spullen uit die droeve tijd. Ook een paar fotoboeken komen op tafel. Net een tijdcapsule uit vervlogen tijden. In een van fotoboeken alles over het ongeluk. Ze laat me een en ander zien en verteld over hoe Theo als jongen al bezig was met het maken van vliegtuigjes.

 

Het schrijven

 

Wies is begonnen met schrijven van haar ervaringen, na het aandringen van haar laatste man. Deze man had zij ook al leren kennen toen zij 14 was. Door de jaren heen zag ze hem nog wel eens, en toen zijn vrouw overleed, groeide er weer iets tussen hun twee. Dit werd al snel weer een prettige band. Dit had het voordeel dat hij al wist wat Wies allemaal meegemaakt heeft. Waardoor ze gezamenlijk de lasten konden dragen.

 

Film

 

Het leven dat Wies in haar boeken heeft geschetst zou zo verfilmd kunnen worden. Iets waarvan ze hoopt ook eens zal gebeuren. En een film of tv serie zou een ingrijpend beeld kunnen geven over mensen die in die tijd hebben doorstaan. Eerst overzees en daarna op onze vaderlandse bodem. Al de verhalen zijn verwerkt in een verzameling boekjes die te verkrijgen zijn in de diverse boekenwinkels. En Louise Koppijn is nog niet uitgeschreven...

 

Kwaadheid

 

Na al dit is Wies niet bitter maar ze geniet zover dat kan van alle leuke dingen die ze nu meemaakt. Bij mij knaagt het een beetje. Dit omdat ik toch vind dat het Vaderland haar en haar familie toch meerdere keren in de steek heeft gelaten. Iets waarvan ik denk dit had nooit mogen gebeuren, diep triest.